Secourez-moi (Claudin de Sermisy)

Liefde is lijden tot de dood erop volgt. Er is er maar één die daaraan een eind kan maken: de ongenaakbare geliefde zelf, die evenzeer veroorzaakster van de kwaal is als meesteres van het medicijn. Want dat medicijn heet jouissance ('genot')...

De minnaar is een meestertoneelspeler; hij maakt zoveel drama dat we hem bijna zouden geloven. De zangers genieten van deze kans om eens uit te pakken. We zingen het met één gedubbelde vrouwenstem en drie mannenstemmen. De bariton zingt de melodie afwisselend met de cello, die wordt getokkeld als een luit.

Secourez-moi

Secourez-moi, ma Dame par amours,
Ou autrement la Mort me vient quérir.
Autre que vous ne peut donner secours
A mon las coeur, lequel s'en va mourir.
Hélas, hélas, veuillez donc secourir
Celui qui vit pour vous en grand détresse,
Car de son coeur vous êtes la maîtresse.

Si par aimer, et souffrir nuits et jours,
L'ami dessert ce qu'il vient requérir,
Dites pourquoi faites si longs séjours
A me donner ce que tant veux chérir?
O noble fleur, laisserez-vous périr
Votre servant, par faute de liesse?
Je crois qu'en vous n'a point tant de rudesse.

Votre rigueur me fit plusieurs détours,
Quand au premier je vous vins requérir:
Mais Bel Accueil m'a fait d'assez bons tours,
En me laissant maint baiser conquérir.
Las, vos baisers ne me savent guérir,
Mais vont croissant l'ardent feu qui me presse:
Jouissance est ma médecine expresse.

Sta me bij

Sta me bij, vrouwe, met uw liefde
Of anders komt de Dood me halen.
Geen ander dan u kan bijstand geven
Aan mijn moede hart, dat sterven gaat.
Helaas, helaas, kom dan en sta bij
Degene die voor u in grote nood leeft,
Want van zijn hart bent u de meesteres,

Als door te minnen en dag en nacht te lijden
De vriend verdient waarop hij aanspraak maakt,
Zeg dan waarom u zo lang wijlen moet
Voor u mij geeft wat ik te koesteren verlang?
O edele bloem, laat u te gronde gaan
Uw dienaar, door gebrek aan vrolijkheid?
Ik kan niet geloven dat u zo hardvochtig bent.

Uw strengheid heeft me vele omzwervingen doen maken
Sinds ik op mijn eerste aanspraak op u deed.
Maar Goede Ontvangst heeft me ook slagen laten winnen
Door me menige kus te doen veroveren.
Helaas, uw kussen kunnen me niet genezen,
Maar verergeren het brandend vuur dat me drukt.
Genot is mijn bijzonder medicijn.


Clément Marot (1497-1544)
(Recueil : L'Adolescence clémentine)