Quis dabit oculis (Ludwig Senfl)

Het is 1519. In Wenen is plotseling keizer Maximiliaan I gestorven. Senfl, de hofcomponist, moet muziek verzorgen voor de begrafenis. Hij heeft een paar dagen, te kort voor een nieuwe compositie. Daarom past hij het begrafenismotet Quis dabit oculis van Constanzo Festa voor de gelegenheid aan, dat oorspronkelijk was geschreven voor de begrafenis van de koningin van Frankrijk vijf jaar eerder.

Het vierstemmige motet is indrukwekkend in zijn eenvoud. Wij voeren het a cappella uit met op de drie laagste partijen mannenstemmen.

 Dodenmasker van Maximiliaan I

Quis dabit oculis

Quis dabit oculis nostris fontem lacrymarum
et plorabimus coram Domino?
Germania, quid ploras, Musica, cur siles?
Austria, cur induta veste reproba
moerore consumeris?

Heu nobis, Domine, defecit nobis Maximilianus!
Gaudium cordis nostri conversum est in luctum,
cecidit corona capitis nostri.

Ergo ululate pueri, plorate sacerdotes,
lugite cantores, plangite milites, plangite nobiles
et dicite: Maximilianus requiescat in pace.

Wie geeft onze ogen

Wie geeft onze ogen een bron van tranen,
dat wij wenen voor de Heer?
Duitsland, wat beween je, Muziek, waarom zwijg je?
Oostenrijk, waarom draag je een schamel kleed
en word je door droefheid verteerd?

Wee ons, Heer, Maximiliaan is ons ontvallen!
De vreugde van ons hart is verkeerd in rouw,
de kroon van ons hoofd is gevallen.

Jammert daarom, dienaren, weent, priesters,
rouwt, zangers, klaagt, soldaten, klaagt, edelen
en zegt: Maximiliaan, hij ruste in vrede.


Op de dood van keizer Maximiliaan I van Oostenrijk
Naar Jeremia 9: 1