Miserere mei, Deus (Ludwig Senfl)

Psalm 51 is een boetepsalm, vol besef van schuld en verlangen naar zuivering. "Een psalm van David, toen de profeet Natan hem had bezocht, nadat hij met Batseba geslapen had" vermeldt de bijbel.

Senfl heeft de lange tekst verdeeld in drie delen. Sopraan, alt, bariton en bas zingen de volledige tekst, telkens in paren, waarbij de stemmen elkaar imiteren. Af en toe voegt de tenor zich bij de anderen, om als cantus firmus het thema van de psalm te zingen: Miserere mei, Deus ("Wees mij genadig, God"). In elk van de drie delen gebeurt dat vijf keer: iedere inzet een toon hoger in de eerste twee delen en iedere inzet een toon lager in het laatste deel.

Wanneer de tenorzanger aanheft, gaat de muziek telkens even stralen.

Miserere mei, Deus

Psalm 51

Pars I

Miserere mei Deus, secundum magnam misericordiam tuam. Et secundum multitudinem miserationum tuarum, dele iniquitatem meam.

Amplius lava me ab iniquitate mea:
et a peccato meo munda me.

Quoniam iniquitatem meam ego cognosco: et peccatum meum contra me est semper.

Tibi soli peccavi, et malum coram te feci: ut justificeris in sermonibus tuis, et vincas cum judicaveris.

Ecce in iniquitatibus conceptus sum:
et in peccato conceperit me mater mea.

Ecce enim veritatem dilexisti: incerta et occulta sapientiae tuae manifestasti mihi.

Deel I

Wees mij genadig, God, in uw trouw,
u bent vol erbarmen, doe mijn daden teniet,

was mij schoon van alle schuld,
reinig mij van mijn zonden.

Ik ken mijn wandaden, ik ben mij steeds van mijn zonden bewust,

tegen u, tegen u alleen heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat slecht is in uw ogen. Laat uw uitspraak rechtvaardig zijn en uw oordeel zuiver.

Ik was al schuldig toen ik werd geboren, al zondig toen mijn moeder mij ontving,

maar u wilt dat waarheid mij vervult,
u leert mij wijsheid, diep in mijn hart.

Pars II

Asperges me hyssopo, et mundabor:
lavabis me. et super nivem dealbabor.

Auditui meo dabis gaudium et laetitiam:
et exsultabunt ossa humiliata.

Averte faciem tuam a peccatis meis:
et omnes iniquitates meas dele.

Cor mundum crea in me Deus:
et spiritum rectum innova in visceribus meis.

Ne projicias me a facie tua: et spiritum sanctum tuum ne auferas a me.

Redde mihi laetitiam salutaris tui:
et spiritu principali confirma me.

Docebo iniquos vias tuas:
et implii ad te convertentur.

Libera me de sanguinibus Deus, Deus salutis meae: et exsultabit lingua mea justitiam tuam.

Deel II

Neem met majoraan mijn zonden weg en ik word rein, was mij en ik word witter dan sneeuw.

Laat mij vreugde en blijdschap horen:
u hebt mij gebroken, laat mij ook juichen.

Sluit uw ogen voor mijn zonden
en doe heel mijn schuld teniet.

Schep o God, een zuiver hart in mij,
vernieuw mijn geest, maak mij standvastig,

verban mij niet uit uw nabijheid, neem uw heilige geest niet van mij weg.

Red mij, geef mij de vreugde van vroeger, de kracht van een sterke geest.

Dan wil ik verdwaalden uw wegen leren,
en zullen zondaars terugkeren tot u.

U bent de God die mij redt, bevrijd mij, God, van de dreigende dood, en ik zal juichen om uw gerechtigheid.

Pars III

Domine labia mea aperies:
et os meum adnuntiabit laudem tuam.

Quoniam si voluisses sacrificium, dedissem utique: holocaustis non delectaberis.

Sacrificium Deo spiritus contribulatus:
cor contritum et humiliatum Deus non dispicies.

Benigne fac Domine in bona voluntate tua Sion: ut aedificentur muri Jerusalem.

Tunc acceptabis sacrificium justitiae, oblationes et holocausta: tunc inponent super altare tuum vitulos.

Psalm 51 (50)

Deel III

Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen.

U wilt van mij geen offerdieren,
in brandoffers schept u geen behagen.

Het offer voor God is een gebroken geest; een gebroken en verbrijzeld hart zult u, God, niet verachten.

Wees Sion welgezind en schenk het voorspoed, bouw de muren van Jeruzalem weer op.

Dan zult u de juiste offers aanvaarden,
offers in hun geheel verbrand, dan legt men stieren op uw altaar.

De Nieuwe Bijbelvertaling