Die Brünnlein, die da fließen (Ludwig Senfl)

Waarom welt er overal water op, als het niet is om van te drinken? Waarom heeft iemand een vrijer, als het niet is om hem te verleiden? Er is zo veel lekkers in de wereld; dat is er heus niet voor niets!

In de zesstemmige versie verbeelden de blokfluiten en de cello het water, dat het hele liedje door stroomt, terwijl sopraan, tenor en bas in verschillende liggingen het volksliedje laten horen. In de vierstemmige versie, die we ook uitvoeren, heeft de alt de melodie en vormen de andere, vocale en instrumentale stemmen de omlijsting.

Die Brünnlein, die da fließen

Die Brünnlein, die da fließen,
die soll man trinken.
Und der ein’n stäten Buelen hat,
der soll ihm winken.

Ja winken mit den Augen,
und treten auf den Fueß.
Es ist ein herter Orden
der seinen Buelen meiden mueß.

De bronnen die daar stromen

De bronnen die daar stromen,
die moet men drinken.
En wie een vaste vrijer heeft,
die moet hem wenken.

Ja, wenk hem met je ogen
en schop tegen zijn voet,
want zij die dat niet mogen,
die hebben het niet goed.