Innsbruck, ich muß dich lassen (Heinrich Isaac)

Het beroemdste koorstukje van Isaac is een liefdesliedje over het thema afscheid: de zanger moet Innsbruck verlaten, waar zijn geliefde achterblijft. Hij vraagt God haar veilig te bewaren tot hij terugkomt.

Het liedje wordt dikwijls beschouwd als een van de vroegste uitingen van de moderne koortraditie. Wij zingen het a cappella, om zijn vocale kwaliteiten goed te laten uitkomen.


Innsbruck, ich muß dich lassen

Innsbruck, ich muß dich lassen,
ich fahr dahin mein Straßen
in fremde Land dahin;
mein Freud ist mir genommen,
die ich nit weiß bekommen,
wo ich im Elend bin.

Groß Leid muß ich jetzt tragen,
das ich allein tu klagen
dem liebsten Buhlen mein.
Ach Lieb, nun laß mich Armen
im Herzen dein erbarmen,
daß ich muß dannen sein.

Mein Trost ob allen Weiben,
dein tu ich ewig bleiben,
stet, treu, der Ehren fromm.
Nun muß dich Gott bewahren,
in aller Tugend sparen,
bis daß ich wiederkomm.

Anoniem, 14e eeuw


Innsbruck, wij moeten scheiden

Innsbruck, wij moeten scheiden:
de wegen die mij leiden
voeren me in den vreemd',
't Plezier is mij benomen,
waaraan ik niet kan komen
alwaar ik ben ontheemd.*

Groot leed moet ik nu dragen,
dat ik alleen ga klagen
mijn liefste kameraad.
Ach lief, gun nu mij, arme,
je tederste erbarmen,
omdat ik je verlaat.

Mijn troost vóór alle vrouwen,
ik blijf altijd de jouwe,
vast, trouw, gestand mijn eer.
Nu moet God je bewaren,
in eer en deugd je sparen,
totdat ik wederkeer.

* Elend, zo heb ik me laten vertellen, is Ausland.